Ontslagvergoeding (transitievergoeding) bij ontslag berekenen
De transitievergoeding is de wettelijke ontslagvergoeding die de werkgever betaalt
wanneer hij het dienstverband beëindigt: bij ontslag via het UWV of de kantonrechter, of wanneer een
tijdelijk contract op zijn initiatief niet wordt verlengd. De regeling staat in artikel 7:673
van het Burgerlijk Wetboek en geldt sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in één uniforme,
lineaire vorm. Deze rekenmachine schat de hoogte op basis van de officiële formule en houdt rekening met
het wettelijk maximum.
De formule volgens art. 7:673 BW
De vergoeding bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per volledig dienstjaar. De formule is
eenvoudig: vergoeding = 1/3 × maandsalaris × aantal dienstjaren. Voor het resterende deel
van een jaar geldt sinds 2020 een berekening naar rato (per dag), niet langer een
afronding op halve jaren. Je hebt recht vanaf de eerste werkdag, zonder minimumduur. De oude extra opbouw
van 1/6 maandsalaris per jaar vanaf het tiende dienstjaar en de gunstigere overgangsregeling voor
50-plussers zijn per 2020 afgeschaft.
Tabel: voorbeeldberekeningen
| Situatie |
Formule |
Vergoeding |
| € 3.000 bruto, 10 jaar dienst |
1/3 × 3.000 × 10 |
€ 10.000 |
| € 4.500 bruto, 8 jaar dienst |
1/3 × 4.500 × 8 |
€ 12.000 |
| € 3.000 bruto, 3 jaar en 6 maanden |
1/3 × 3.000 × 3,5 |
€ 3.500 |
| € 8.000 bruto, 40 jaar (maximum) |
max. € 102.000 |
€ 102.000 |
Het loonbegrip: wat telt als maandsalaris
Het maandsalaris voor de transitievergoeding is meer dan het kale brutoloon. Volgens het Besluit
loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding tel je mee: 1/12 van het vakantiegeld
(vakantiebijslag, meestal 8%), 1/12 van een vaste eindejaarsuitkering, vaste looncomponenten zoals
ploegentoeslag en structureel overwerk, en 1/36 van de variabele componenten (bonus, provisie) over de
afgelopen drie jaar. Wie alleen het kale brutoloon invult, krijgt een te lage uitkomst. Gebruik daarom de
optie "vakantiegeld meerekenen" of vul direct het volledige rekenloon in.
Het maximum en de uitzonderingen
In 2026 is de transitievergoeding gemaximeerd op € 102.000 bruto, of op één bruto
jaarsalaris als dat hoger is dan € 102.000. Dit maximum wordt elk jaar per 1 januari geïndexeerd. In
bepaalde gevallen is er geen vergoeding verschuldigd: bij ernstig verwijtbaar handelen of
nalaten van de werknemer, bij beëindiging met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst
(daar wordt meestal apart over onderhandeld), bij ontslag op initiatief van de werknemer zelf, bij het
bereiken van de AOW-leeftijd, of bij faillissement/WSNP van de werkgever. De vergoeding is altijd
bruto; de werkgever houdt de loonheffing in.
Let op: deze rekenmachine geeft een indicatie en vervangt geen juridisch of fiscaal advies.
Voor een officiële berekening kun je de Rekenhulp Transitievergoeding van het Ministerie
van SZW gebruiken (rekenhulptransitievergoeding.nl). De werkelijke vergoeding kan afwijken, onder meer door
het exacte loonbegrip en het aantal dienstdagen.