Ccalcus.app

Ontslagvergoeding berekenen

Bereken je wettelijke transitievergoeding bij ontslag (art. 7:673 BW): 1/3 maandsalaris per dienstjaar, naar rato vanaf de eerste werkdag, met het wettelijk maximum van 102.000 EUR (2026).

Transitievergoeding art. 7:673 BW Naar rato vanaf dag één Maximum 102.000 €

Jouw gegevens

Het maandsalaris voor de transitievergoeding is méér dan alleen het kale brutoloon: tel ook 1/12 vakantiegeld, een eventuele vaste eindejaarsuitkering en vaste toeslagen mee (Besluit loonbegrip). Met de optie hieronder reken je het vakantiegeld (8%) automatisch mee.

Duur van het dienstverband
jaar
maanden

Sinds de WAB (1-1-2020) wordt het resterende deel naar rato berekend, niet meer afgerond op halve jaren. Je hebt recht vanaf de eerste werkdag, zonder minimumduur.

Het wettelijke vakantiegeld (vakantiebijslag, meestal 8%) telt mee voor de transitievergoeding. Vink dit aan als je hierboven alleen het kale brutoloon hebt ingevuld.

Bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer vervalt het recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 7 BW), tenzij de rechter dit naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar acht (lid 8).

Transitievergoeding (bruto)

€ 10.000
1/3 × € 3.000 × 10 jaar
Maandsalaris (rekengrondslag)€ 3.000
Meegerekende dienstduur10 jaar
Formule1/3 × 3.000 × 10
Transitievergoeding bruto€ 10.000

De transitievergoeding is wettelijk verschuldigd als de werkgever het dienstverband beëindigt (ontslag via UWV of kantonrechter, of het niet verlengen van een tijdelijk contract). Het bedrag is bruto; de werkgever houdt de loonheffing in.

Indicatief, geen officieel, juridisch of fiscaal advies. Berekening naar Nederlands recht, geldig vanaf 01-01-2026 (tarief 2026). Stand van de gegevens: 28-06-2026. De overheid biedt een officiële rekenhulp aan (rekenhulptransitievergoeding.nl, Ministerie van SZW); die geeft "een idee" en de werkelijke vergoeding kan afwijken, onder meer doordat het exacte maandsalaris (loonbegrip) en het aantal dagen meespelen. Rechtsgrond: Transitievergoeding art. 7:673 BW (Burgerlijk Wetboek Boek 7), reglas WAB 2020+: 1/3 maandsalaris por año completo + prorrateo al día; tope 2026 = 102.000 EUR o 1x salario anual si es mayor (actualizado anualmente por SZW). Loonbegrip computable: Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding..

Hoe de transitievergoeding in Nederland wordt berekend

Recht, formule, het loonbegrip en het maximum — helder uitgelegd

De formule (art. 7:673 BW)

1/3 maandsalaris × jaren

Sinds de WAB (1 januari 2020) is de formule lineair: 1/3 van het bruto maandsalaris per volledig dienstjaar, plus een evenredig deel naar rato voor het resterende deel. Voorbeeld: € 3.000 maandsalaris en precies 10 jaar dienst geven 1/3 × € 3.000 × 10 = € 10.000 bruto.

Belangrijk
De oude staffel (1/6 extra per jaar vanaf het 10e dienstjaar en de gunstigere overgangsregeling voor 50-plussers) is per 2020 afgeschaft. Er zijn geen leeftijds- of anciënniteitsstaffels meer.

Recht vanaf dag één

Geen minimumduur

Je hebt recht op de transitievergoeding vanaf de eerste werkdag (inclusief de proeftijd), zonder minimale diensttijd. Voorwaarde is dat het dienstverband op initiatief van de werkgever eindigt: ontslag via UWV of kantonrechter, of het niet verlengen van een tijdelijk contract.

Naar rato
Het resterende deel van een jaar telt naar rato mee (per dag), niet afgerond op halve jaren zoals vóór 2020. 3 jaar en 6 maanden dienst = 3,5 × 1/3 maandsalaris.

Wat telt als maandsalaris

Loonbegrip

Het "maandsalaris" is niet alleen het kale brutoloon. Volgens het Besluit loonbegrip tel je mee: 1/12 vakantiegeld (vakantiebijslag, meestal 8%), 1/12 van een vaste eindejaarsuitkering, vaste toeslagen (ploegentoeslag, structureel overwerk) en 1/36 van de variabele componenten (bonus, provisie) over de afgelopen 3 jaar.

Let op
Een rekentool die alleen het kale brutoloon vraagt, onderschat de vergoeding. Vink "vakantiegeld meerekenen" aan, of vul direct het volledige rekenloon in.

Wettelijk maximum 2026

102.000 € of 1× jaarsalaris

De transitievergoeding is gemaximeerd op € 102.000 bruto (2026), of op één bruto jaarsalaris als dat hoger is dan € 102.000. Het maximum wordt elk jaar per 1 januari aangepast aan de cao-loonontwikkeling (in 2025 was het € 98.000).

Voorbeeld
Verdien je € 30.000 per maand (€ 360.000 per jaar), dan is het maximum 1× jaarsalaris = € 360.000, want dat is hoger dan € 102.000.

Veelgestelde vragen over de transitievergoeding

De belangrijkste vragen over recht, hoogte, het loonbegrip en het maximum

Ja, als je dienstverband eindigt op initiatief van de werkgever (ontslag via UWV of kantonrechter, of het niet verlengen van een tijdelijk contract). Het recht geldt vanaf de eerste werkdag, zonder minimumduur. Bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, ontslag op eigen verzoek of bij het bereiken van de AOW-leeftijd vervalt het recht meestal.
De vergoeding bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per volledig dienstjaar, plus een evenredig deel naar rato voor het resterende deel. Voorbeeld: € 3.000 maandsalaris en 5 jaar dienst = 1/3 × 3.000 × 5 = € 5.000 bruto.
Het maximum is in 2026 € 102.000 bruto, of één bruto jaarsalaris als dat hoger is dan € 102.000. Het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd (in 2025 was het € 98.000).
Niet alleen het kale brutoloon. Volgens het Besluit loonbegrip tel je ook 1/12 vakantiegeld (meestal 8%), 1/12 van een vaste eindejaarsuitkering, vaste toeslagen en 1/36 van de variabele componenten (bonus/provisie) van de laatste 3 jaar mee. Gebruik je alleen het kale loon, vink dan "vakantiegeld meerekenen" aan.
Ja. Sinds de WAB (2020) wordt het resterende deel naar rato berekend (per dag), niet meer afgerond op halve jaren. 3 jaar en 6 maanden telt dus als 3,5 jaar.
Ja, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) biedt de Rekenhulp Transitievergoeding aan op rekenhulptransitievergoeding.nl. De Rijksoverheid raadt die aan, maar wijst erop dat het resultaat "een idee" geeft en de werkelijke vergoeding kan afwijken.

Ontslagvergoeding (transitievergoeding) bij ontslag berekenen

De transitievergoeding is de wettelijke ontslagvergoeding die de werkgever betaalt wanneer hij het dienstverband beëindigt: bij ontslag via het UWV of de kantonrechter, of wanneer een tijdelijk contract op zijn initiatief niet wordt verlengd. De regeling staat in artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek en geldt sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in één uniforme, lineaire vorm. Deze rekenmachine schat de hoogte op basis van de officiële formule en houdt rekening met het wettelijk maximum.

De formule volgens art. 7:673 BW

De vergoeding bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per volledig dienstjaar. De formule is eenvoudig: vergoeding = 1/3 × maandsalaris × aantal dienstjaren. Voor het resterende deel van een jaar geldt sinds 2020 een berekening naar rato (per dag), niet langer een afronding op halve jaren. Je hebt recht vanaf de eerste werkdag, zonder minimumduur. De oude extra opbouw van 1/6 maandsalaris per jaar vanaf het tiende dienstjaar en de gunstigere overgangsregeling voor 50-plussers zijn per 2020 afgeschaft.

Tabel: voorbeeldberekeningen

Situatie Formule Vergoeding
€ 3.000 bruto, 10 jaar dienst 1/3 × 3.000 × 10 € 10.000
€ 4.500 bruto, 8 jaar dienst 1/3 × 4.500 × 8 € 12.000
€ 3.000 bruto, 3 jaar en 6 maanden 1/3 × 3.000 × 3,5 € 3.500
€ 8.000 bruto, 40 jaar (maximum) max. € 102.000 € 102.000

Het loonbegrip: wat telt als maandsalaris

Het maandsalaris voor de transitievergoeding is meer dan het kale brutoloon. Volgens het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding tel je mee: 1/12 van het vakantiegeld (vakantiebijslag, meestal 8%), 1/12 van een vaste eindejaarsuitkering, vaste looncomponenten zoals ploegentoeslag en structureel overwerk, en 1/36 van de variabele componenten (bonus, provisie) over de afgelopen drie jaar. Wie alleen het kale brutoloon invult, krijgt een te lage uitkomst. Gebruik daarom de optie "vakantiegeld meerekenen" of vul direct het volledige rekenloon in.

Het maximum en de uitzonderingen

In 2026 is de transitievergoeding gemaximeerd op € 102.000 bruto, of op één bruto jaarsalaris als dat hoger is dan € 102.000. Dit maximum wordt elk jaar per 1 januari geïndexeerd. In bepaalde gevallen is er geen vergoeding verschuldigd: bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, bij beëindiging met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst (daar wordt meestal apart over onderhandeld), bij ontslag op initiatief van de werknemer zelf, bij het bereiken van de AOW-leeftijd, of bij faillissement/WSNP van de werkgever. De vergoeding is altijd bruto; de werkgever houdt de loonheffing in.

Let op: deze rekenmachine geeft een indicatie en vervangt geen juridisch of fiscaal advies. Voor een officiële berekening kun je de Rekenhulp Transitievergoeding van het Ministerie van SZW gebruiken (rekenhulptransitievergoeding.nl). De werkelijke vergoeding kan afwijken, onder meer door het exacte loonbegrip en het aantal dienstdagen.