Schat de duur van de opzeggingstermijn van de werkgever in weken (tabel art. 37/2, eenheidsstatuut) en het bedrag van de verbrekingsvergoeding (art. 39 = lopend loon / 52 × weken). De hervorming 2026 (plafond van 52 weken) wordt toegepast op basis van de startdatum van het contract.
De opzeggingstermijn hangt uitsluitend af van de anciënniteit (niet van het loon). Het eerste jaar stijgt hij per blok van enkele maanden; daarna per begonnen jaar.
Voor contracten die starten vanaf 1-6-2026 is de opzeggingstermijn van de werkgever begrensd tot 52 weken (bereikt na 17 jaar) en herleid tot 1 week tijdens de eerste 6 maanden (vanaf 1-8-2026).
Bruto basismaandloon. Het bedrag speelt enkel een rol voor de vergoeding, niet voor de duur van de opzeggingstermijn.
Het lopend loon (art. 39) omvat de verworven voordelen: 13e maand, dubbel vakantiegeld, bedrijfswagen, groepsverzekering, maaltijdcheques… De factor 13,92 (12 maanden + 13e + dubbel vakantiegeld ≈ 92 %) is illustratief; pas hem aan uw contract aan.
De vergoeding is loon: er wordt RSZ-werknemer (13,07 %) en bedrijfsvoorheffing op ingehouden. Het effectieve nettobedrag ligt duidelijk lager dan het bruto en hangt af van het individuele inhoudingstarief (hier niet berekend).
Schatting ter indicatie — vormt geen juridisch of boekhoudkundig advies, noch een officiële berekening. Berekening volgens het Belgisch recht, van kracht vanaf 01/01/2026 (barema 2026). Gegevens bijgewerkt op 28/06/2026. Er bestaat geen officiële simulator van de Belgische overheid (de FOD Werkgelegenheid publiceert de tabellen, geen calculator); de waarden worden berekend met de officiële formule van art. 37/2. De factor voor verworven voordelen (13,92) is illustratief: het werkelijke bedrag hangt af van de concrete voordelen in het contract. Bijzondere regels (contracten van vóór 1-1-2014, dringende reden, ontslagbescherming, CAO 109…) worden niet gemodelleerd. Wettelijke basis: Ley de 3 de julio de 1978 sobre contratos de trabajo, art. 37/2 (tabla de preaviso del empleador) y art. 39 (indemnización de ruptura); estatuto único (Ley 26-12-2013, vigente 1-1-2014); reforma Ley de 18 de mayo de 2026 (MB/BS 1-6-2026, arts. 24-25): tope 52 semanas para contratos iniciados >= 1-6-2026 y 1 semana en los primeros 6 meses desde 1-8-2026.
Opzeggingstermijn, verbrekingsvergoeding, eenheidsstatuut en hervorming 2026 — eenvoudig uitgelegd
Om een contract van onbepaalde duur te beëindigen kan de werkgever ofwel een opzeggingstermijn laten presteren (het contract loopt door), ofwel onmiddellijk verbreken door een verbrekingsvergoeding (ook opzeggingsvergoeding genoemd) te betalen, gelijk aan het lopend loon dat overeenstemt met de opzeggingstermijn die had moeten worden nageleefd.
De duur is niet progressief volgens het loonbedrag: hij hangt enkel af van de anciënniteit. Het 1e jaar: 1, 3, 4, 5 weken, daarna 6 en 7 per blok. Vervolgens: 8 tot 11 weken tot 2 jaar, dan 12, 13, 15 en +3 weken per jaar van 5 tot 19 jaar, 62 na 20 jaar, 63 na 21 jaar, daarna +1/jaar.
De vergoeding = lopend geannualiseerd loon / 52 × aantal weken. Het lopend loon (art. 39) omvat de verworven voordelen: eindejaarspremie / 13e maand, dubbel vakantiegeld, bedrijfswagen, groepsverzekering, maaltijdcheques…
De wet van 18 mei 2026 (BS 1-6-2026) begrenst de opzeggingstermijn van de werkgever tot 52 weken, maar enkel voor contracten die starten vanaf 1-6-2026 (plafond bereikt na 17 jaar). Vanaf 1-8-2026 wordt de opzeggingstermijn herleid tot 1 week tijdens de eerste 6 maanden.
Opzeggingstermijn, bedrag, hervorming 2026 en fiscaliteit
In België wordt het ontslag van een contract van onbepaalde duur geregeld door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (art. 37 tot 41, in het bijzonder art. 37/2 en art. 39). De werkgever kan ofwel een opzeggingstermijn betekenen, waarbij het contract verder wordt uitgevoerd, ofwel het contract onmiddellijk verbreken door een verbrekingsvergoeding (opzeggingsvergoeding) te betalen, gelijk aan het lopend loon dat overeenstemt met de opzeggingstermijn die had moeten worden nageleefd. Deze rekenmachine schat de duur van de opzeggingstermijn in weken en het brutobedrag van de vergoeding.
Sinds de wet van 26 december 2013 (eenheidsstatuut, van kracht op 1-1-2014) vallen arbeiders en bedienden onder hetzelfde stelsel en wordt de opzeggingstermijn geteld in weken volgens de anciënniteit. De duur is niet progressief volgens het loonbedrag: het is een tabel per anciënniteit die het eerste jaar per kwartaal stijgt, daarna per begonnen jaar. Het loon speelt enkel een rol voor de berekening van de vergoeding.
Lopend loon = 3.000 € × 13,92 = 41.760 €/jaar; weekloon = 41.760 / 52 = 803,08 €; vergoeding = 803,08 € × weken. De factor 13,92 is illustratief.
De wet van 18 mei 2026 (Belgisch Staatsblad van 1-6-2026, art. 24-25) moderniseert het arbeidsrecht. Voor contracten waarvan de uitvoering start vanaf 1-6-2026 is de opzeggingstermijn van de werkgever begrensd tot 52 weken (plafond bereikt na 17 jaar anciënniteit). Bovendien wordt vanaf 1-8-2026 de opzeggingstermijn tijdens de eerste 6 maanden herleid tot 1 week (in plaats van 1 tot 5 naargelang het kwartaal), zowel bij ontslag als bij ontslagname. Contracten die vóór die datum zijn gestart, behouden de tabel zonder plafond (die verder gaat met +1 week per jaar boven 62).
De verbrekingsvergoeding is loon: er wordt RSZ-werknemer (13,07 %) en bedrijfsvoorheffing op ingehouden. Het effectieve nettobedrag ligt dus duidelijk lager dan het bruto. Aangezien het inhoudingstarief afhangt van de individuele situatie, wordt het nettobedrag hier niet berekend: deze rekenmachine levert de brutovergoeding, het vertrekpunt van elke onderhandeling en van elke C4-afrekening. Bij de personenbelasting wordt de vergoeding belast tegen de gemiddelde aanslagvoet, verhoogd met de gemeentebelasting.
Opmerking: er bestaat geen officiële simulator van de Belgische overheid. De FOD Werkgelegenheid publiceert de tabellen maar geen calculator; de referentietools zijn die van de vakbonden (ABVV, ACV) en de sociale secretariaten (SD Worx, Securex, Acerta). Deze rekenmachine past de officiële formule van art. 37/2 toe en geeft een indicatief resultaat. Bijzondere situaties (contracten gestart vóór 1-1-2014 met « kliksysteem », ontslag om dringende reden, ontslagbescherming, vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag — CAO 109) worden niet behandeld.
Andere handige tools rond loon, belastingen en termijnen
Van bruto naar netto: RSZ, personenbelasting en gemeentebelasting.
Percentage van een bedrag, welk aandeel dat is, stijgingen en dalingen.
Los evenredigheidsproblemen op: rechte en omgekeerde regel van drie.
Bereken hoeveel dagen er liggen tussen de betekening van het ontslag en het einde van het contract.